Bloeiend Marokko trekt Marokkaanse Nederlanders die een baan zoeken

Bloeiend Marokko trekt Marokkaanse Nederlanders die een baan zoeken

Recruitmentbureaus in Marokko werven Marokkaanse Nederlanders. Die zien kansen die ze in Nederland niet krijgen.

De groeiende Marokkaanse economie trekt Nederlandse jongeren van Marokkaanse komaf naar Marokko. De band met het herkomstland trekt, het gebrek aan kansen in Nederland geeft hen soms het laatste zetje. Wervingsbureaus springen in op deze trend.

Europese bedrijven profiteren in Marokko van lagere arbeidskosten en de stabiele Marokkaanse economie. Mankracht vinden de bedrijven de laatste twee jaar veel onder tweede- en derde-generatie Marokkanen uit Europa die vaak relatief hoogopgeleid zijn, meertalig, en bereid Europa te verlaten.
Woordvoerders van de drie grootste wervingsbureaus die vanuit Marokko Marokkaanse Nederlanders benaderen bevestigen deze ontwikkeling. Volgens cijfers van B2Benelux, een bureau dat vorige maand een marktonderzoek onder callcenters uitvoerde, zitten er verspreid door Marokko 27 Nederlandstalige callcenters, waarvan tien in Casablanca.

Dubbel paspoort
Naar schatting werken 800 tot 1000 Nederlanders bij de klantenservice of administratie van onder meer Uber, Orange, Essent, American Express, T-Mobile en het Belgische Lycamobile. In cijfers van het CBS is de arbeidsmigratie naar Marokko niet terug te zien. Dit kan komen doordat Marokkaans-Nederlandse jongeren met een dubbel paspoort zich niet hoeven uit te schrijven in Nederland om in Marokko te kunnen werken.
Latifa Azzouzi van INO Jobs, ziet naast de callcenterbanen een groeiende vraag naar hoogopgeleiden bij Europese bedrijven in de ICT-sector, techniek, logistiek, toerisme en zakelijke en financiële dienstverlening. Binnen dit en volgend jaar verwacht ze een groei van het vacature-aanbod door bedrijven die een nieuwe vestiging openen en nieuwe projecten die worden gestart. B2Benelux voorspelt dat de markt de komende jaren volwassener wordt en bureaus overbodig maakt: bedrijven nemen dan zelf iemand in dienst die Marokkaanse Nederlanders werft.
Volgens Rachid Toutouh, onderzoeker bij het National Institute of Statistics and Applied Economics in Rabat, zet de Marokkaanse overheid in op de groei van de markt. Europese bedrijven die de crisis hebben doorstaan zoeken volgens hem naar nieuwe markten. Toutouh denkt dat de verharding van het politieke klimaat in de Benelux migrantengroepen richting herkomstland duwt. Bedrijven maken gebruik van dit sentiment, zegt hij. Maar er is ook een positieve reden: in Marokko zien zij kansen.
De druk om Nederland te verlaten is er, zegt ook Jaco Dagevos, bijzonder hoogleraar integratie en migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De interesse in het herkomstland is onder tweede-generatie jongeren groot, maar tot voor kort waagden weinig Marokkaanse Nederlanders de stap, zegt hij. Het ontstaan van speciale bureaus die hen werven laat volgens hem zien dat dit verandert. “Marokko is in ontwikkeling, en dat biedt kansen.”
Ondanks de stijging van het opleidingsniveau van niet-westerse migranten in Nederland, is volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau de werkloosheid met 15,2 procent nog steeds drie keer zo hoog als onder autochtone Nederlanders. Juist hoogopgeleiden krijgen de discussie over Marokkanen in de media mee, zegt Dagevos. Hoewel ze goed zijn geïntegreerd, worden zij in het dagelijks leven juist apart gezet vanwege hun achtergrond. Deze ‘integratieparadox’ maakt hen duidelijk dat integreren niet per se betere kansen betekent.

Plan B
Recruitmentbureaus in Marokko merken deze druk. Volgens Rachid Khoukhi van Maroc at Work is er ‘geen Marokkaan meer in Nederland die niet denkt aan Plan B’. “Als moslim in Nederland heb je weinig kansen.” Zelf vertrok hij vijf jaar geleden omdat hij in Nederland geen baan kon vinden, ondanks zijn diploma business management. Jongeren die bij zijn recruitmentbureau binnenkomen hebben volgens hem vergelijkbare redenen.

Dat recruitmentbureaus de animo zien stijgen, wil niet zeggen dat Nederland ‘leegloopt’, waarschuwen de bureaus. Zo’n tien procent tot een kwart valt binnen een jaar af en gaat weer terug naar Nederland. Zij zijn vaak Nederlandser dan in eerste instantie gedacht.